Oostkamp
Ruddervoorde

Woensdag
7 juni 2017

Dany Bayens

Gepost op : 22/05/17

De winnaar van 1997, twintig jaar geleden, Dany Baeyens:

“Kermiskoersen kunnen een springplank zijn”

“En of ik nog weet wie twintig jaar geleden de Sint-Elooisprijs in Ruddervoorde won, het was mijn eerste overwinning bij de profs! In de regen klopte ik Franky De Buyst –de vader van Jasper – in een sprint met twee. De zegepalm staat nog steeds bij mijn moeder.”

Veloclub Riddersport: In 1995 en 1996 was je telkens een half jaar stagiair, maar voor het seizoen 1997 lukte het dan toch om een contract bij het Collstrop-team van Hilaire Van der Schuren te versieren.
Baeyens: In 1996 won ik Parijs-Roubaix voor beloften en kon ik de tweede helft van het seizoen als stagiair bij Topsport Vlaanderen aan de slag. In 1997 maakte ik de overstap naar Collstrop en ik verteerde mijn debuut tussen de profs heel goed. In koersen tot tweehonderd kilometer kon ik best mijn mannetje staan. Het voortbestaan van de ploeg had in de winter van 1996-1997 echter aan een zijden draadje gehangen, vandaar dat we slechts met een man of tien voor Collstrop reden in 1997. Toch konden we aan sommige klassiekers zoals de Ronde van Vlaanderen deelnemen, al slaagde ik er daar minder goed in om mooie uitslagen te rijden.

Veloclub Riddersport: Je bleef tot 2002 prof en reed altijd bij Hilaire. Bijna ieder jaar won je wel een paar koersjes, maar de grote stap voorwaarts kwam er nooit zodat je al op 28-jarige leeftijd de fiets aan de haak hing.
Baeyens: Ik ben inderdaad een beetje op dat niveau blijven hangen, al heb ik pas later vernomen dat ik een mooi contract bij de ploeg van Jan Raas op een haar na gemist heb. Al bij mijn profdebuut in 1997 werd ik tweede in de sterk bezette Dokter Tistaertprijs in Zottegem. Dat was ook Raas niet ontgaan en hij had Hilaire Van der Schueren gepolst naar een mogelijke overstap van mij. Hilaire hield de boot af met de melding ‘laat hem nog een jaartje bij mij rijpen’. Het jaar daarop werd Raas echter als sportdirecteur aan de deur gezet en ik bleef tot het einde van mijn loopbaan bij Hilaire. Steeds meer als knecht voor Geert Omloop die bij de ploegleiding wel een lans voor mij brak, maar toen Collstrop werd omgevormd tot Mr Bookmaker was er voor mij geen plaats meer. Ik vond geen andere ploeg meer en had het ook een beetje gehad met mijn knechtenrol bij de profs.

Veloclub Riddersport: Hoe kijk je dan terug op je loopbaan?
Baeyens: Ik ben helemaal niet verbitterd of zo, verre van. Al valt het mij wel op dat jonge renners nu veel meer kansen krijgen. Zelf ben ik een wielerliefhebber van het zuiverste water gebleven. Na mijn avontuur bij de profs koerste ik nog een jaar bij de liefhebbers en daarna reed ik ook nog bij de nevenbonden. Zelfs in de periode dat we ons huis bouwden en de kinderen geboren werden ben ik de blijven fietsen en de wielersport blijven volgen. De wielersport zal altijd een deel van mijn leven blijven.

Veloclub Riddersport: Ben je nog bij de wielersport betrokken?
Baeyens: Absoluut, maar niet op de manier waarop je zou verwachten. Ik werk op de wijkdienst van de politiezone Zottegem-Herzele-Houtem en hou me binnen de politiezone met alle aanvragen van wielerwedstrijden bezig. Zo zat ik onlangs op de motor nog in de koers tijdens de Ster der Vlaamse Ardennen voor juniores. Op die manier loop ik nog vaak oud-collega’s van in mijn tijd als wielerprof tegen het lijf en dan is het altijd leuk om anekdotes op te rakelen.

Veloclub Riddersport: Jij draaide zes jaar mee in het circuit van de kermiskoersen, een categorie wedstrijden die het niet gemakkelijk heeft. Hoe kijk je daar tegenaan?
Baeyens: Het is jammer dat de kermiskoersen zo onder druk staan. Want hoewel de jonge renners nu meer kansen krijgen, blijven kermiskoersen wedstrijden bij uitstek om je in de kijker te rijden. Heb je een mindere periode achter de rug en kan je de draad terug oppikken met een overwinning in een kermiskoers, dan is dat een springplank. Bij de grotere wielerwedstrijden vind ik dat er tegenwoordig een afstand ontstaan is tussen de renners en het publiek terwijl het altijd de charme van de kermiskoersen is geweest dat renners er zo bereikbaar zijn.

Veloclub Riddersport: Heb je al iets te doen op 7 juni?
Baeyens: Ik zal eens kijken wat er in de agenda staat. Maar als hij leeg is, kom ik wel eens tot in Ruddervoorde!