Oostkamp
Ruddervoorde

Woensdag
7 juni 2017

Interview Ludo Dierckxsens

Gepost op : 30/05/2016

“Kermiskoersen horen bij Vlaanderen”

Twintig jaar geleden won Ludo Dierckxsens de Sint-Elooisprijs en zette de Kempenzoon met de kamerbrede glimlach een nieuwe stap richting de top van de wielersport. Twee decennia later is Ludo nog altijd een sympathieke spraakwaterval, maar dan wel één met een visie en een mening.

Veloclub Riddersport: “Wat herinner jij je nog van de Sint-Elooisprijs van 1996?”
Ludo Dierckxsens: “Het zit eerlijk gezegd heel ver. Ik heb in mijn loopbaan honderden koersen gereden en er uiteindelijk ook dertig gewonnen, maar hoe de koers in Ruddervoorde verliep kan ik me niet meer voor de geest halen zonder dat je hints geeft.”

Veloclub Riddersport: “Het kermiscircuit staat onder druk, maar het was wel via de kermiskoersen dat jij je een weg hogerop geknokt hebt.”
Ludo Dierckxsens: “Dat klopt. Ik was al bijna dertig toen ik prof werd en dan staat er geen enkele ploegleider met een internationaal programma te zwaaien. Twintig jaar geleden zag het kermiscircuit er ook helemaal anders uit: er reden veel minder amateurs mee terwijl een pak meer profteams zich specifiek toelegden op de kermiskoersen. Ik reed in die periode bij de Saxon-Tönissteiner ploeg van Gerard Bulens en ik was de enige renner van de ploeg die in nagenoeg alle kermiskoersen mijn mannetje kon staan. Ik stond er dan ook vaak alleen voor, al belette me dat niet om een mooi aantal koersen te winnen. Daar legde ik de basis voor mijn verdere carrière.”

Veloclub Riddersport: “Toen je daarna kon doorgroeien naar de beste profteams en de grote koersen kon rijden, veranderde je houding ten opzichte van de kermiskoersen?”
Ludo Dierckxsens: “Absoluut niet, ik bleef kermiskoersen rijden en deed dat heel graag. Rij je een internationaal programma, dan legt de ploegleiding je vaak een trainingsprogramma voor dat veel bergop rijden bevat om sterker te worden. Tussendoor kermiskoersen rijden is dan ideaal om je snelheid te onderhouden want in die wedstrijden wordt altijd enorm gevlamd.”

Veloclub Riddersport: “De kermiskoersen hebben het niet gemakkeijk om zich te handhaven, veel organisaties verdwijnen. Waar zitten volgens jou de grootste problemen?”
Ludo Dierckxsens: “De grote ploegen moeten veel verplichtingen van de UCI nakomen. Er wordt tegenwoordig overal ter wereld gekoerst en door die drukke kalender blijven er nog maar weinig renners over voor het kermiscircuit. Voor renners die terugkeren na een blessure zijn kermiskoersen ideaal om terug in het ritme te komen en ook voor veldrijders vallen dat soort wedstrijden prima in te passen in hun schema. Wedstrijden organiseren is niet gemakkelijk om veiligheidsredenen, ook bij de politie wordt intussen alles gebudgetteerd en ik hoor van veel organisatoren die in een industrie-arme regio zitten dat het steeds moeilijker wordt om de nodige budgetten bij mekaar te krijgen. Kermiskoersen blijven evenwel veel volk lokken zodat het voor de middenstand interessant blijft om daar een financieel steentje aan bij te dragen. De terrasjes zitten gegarandeerd vol en ook de winkels krijgen meer volk over de vloer. Kermiskoersen moeten blijven bestaan, ze horen gewoon bij Vlaanderen.”

Veloclub Riddersport: “Afsluitend vraagje: heb je zelf nog tijd om te fietsen tegenwoordig?”
Ludo Dierckxsens: “Ik ben momenteel manager van het Codagex Experience Center in Dessel, een voltijdse baan waardoor de vrije tijd eerder beperkt is. Maar ik fiets nog regelmatig met jaarlijks ongeveer vijf- tot zesduizend kilometer op de teller. Al ben ik wel een ‘mooi-weer-fietser’ geworden, ik heb als renner genoeg in de regen moeten rijden.”