Oostkamp
Ruddervoorde

Woensdag
7 juni 2017

Interview Met Sep Vanmarcke

Gepost op : 05/05/2017

“Week na week gaat het beter”

Met een derde plaats in de openingsklassieker Omloop Het Nieuwsblad leek Cannondale-Drapac speerpunt Sep Vanmarcke op schema te liggen om er een top voorjaar van te maken. Maagproblemen en een zware val in de Ronde van Vlaanderen strooiden echter roet in het eten. Maar sterke Sep vecht altijd terug en is klaar voor Ruddervoorde Koerse.

Veloclub Riddersport: Eerst en vooral: hoe gaat het nu met je?
Sep Vanmarcke: Week na week gaat het beter, al heb ik dit jaar toch al lang met de gezondheid gesukkeld. De maagproblemen staken in Dwars door Vlaanderen de eerste keer de kop op en dat is toch al van 22 maart geleden, al moet het probleem daarvoor reeds in mijn lichaam aanwezig geweest zijn. Na mijn val in de Ronde van Vlaanderen trok ik naar Girona op trainingsstage, waar de maagproblemen opnieuw erger werden. Inmiddels is alles eindelijk onder controle en voel ik me steeds sterker worden. Ik heb goed getraind, reed de Ronde van Noorwegen en plan in de laatste rechte lijn naar Ruddervoorde nog een intensief koersweekend in met de Hammer Series in Nederlands Limburg. Ik zal goed zijn in Ruddervoorde. (lacht)

Veloclub Riddersport: Je begint intussen ook een vaste klant te worden bij ons.
Sep Vanmarcke: Klopt, de voorbije jaren heb ik Ruddervoorde Koerse bijna altijd gereden. Een kermiskoers rijden is sowieso heel goed voor het gestel en vlak voor de Ronde van Zwitserland past Ruddervoorde perfect in mijn schema.

Veloclub Riddersport: In hoeverre valt de ploegleiding van Cannondale-Drapac moeilijker te overtuigen van het feit dat je als individueel in een kermiskoers wil starten? Toonden ze bij Lotto-Jumbo meer begrip of net minder?
Sep Vanmarcke: Ach, veel verschil maakt dat niet. Alle teammanagers en sportdirecteurs hebben zelf gekoerst en weten dat een kermiskoers rijden best een intensieve aangelegenheid is. Zeker als je op de fiets naar de koers rijdt en na de wedstrijd terug huiswaarts fietst heb je toch een pittige dag in het zadel doorgebracht. Vandaar dat de ploegleiders allemaal vrij gemakkelijk te overtuigen zijn.

Veloclub Riddersport: Sta je anders voorbereid aan de start van een kermiskoers?
Sep Vanmarcke: Het is vooral mentaal even omschakelen. Je weet immers op voorhand dat je als individueel koerst en dat je vanaf de start attent moet koersen om de juiste ontsnapping niet te missen. Je krijgt weinig vrijheid, alle eliterenners zonder contract kijken naar de profs. Het is ook anders koersen. Op World Tour niveau is het eerste wedstrijduur hard, maar eens de goede vlucht weg is komt een relatieve pauze waarin het vooral kilometers maken is om er uiteindelijk een snoeiharde finale aan te breien. Eliterenners zonder contract koersen compleet anders, bij hen wordt het hoge tempo vanaf start tot finish aangehouden, maar dan over een kortere afstand. Vandaar dat eventjes een plaspauze halfweg koers inlassen er ook dit jaar in Ruddervoorde niet zal in zitten. (lacht)

Veloclub Riddersport: Dit interview vindt plaats aan de vooravond van de Hammer Series in Nederlands-Limburg, een driedaags evenement dat ‘vernieuwend’ wordt genoemd omdat het de koers weer dichter bij de mensen brengt. Dat klinkt een beetje vreemd voor organisatoren van kermiskoersen want die brengen al decennialang de koers dichter bij de mensen.
Sep Vanmarcke: Daar heb je gelijk in, het is jammer dat de kermiskoersen niet echt meer naar waarde worden geschat. Zo telt de UCI de kermiskoersen niet eens mee voor de officiële zegestanden. Ik tel die wedstrijden wel mee en zet ze zeker op mijn palmares. Want om een kermiskoers te kunnen winnen, moet je verdomd hard met een fiets kunnen rijden.